
Als je je veilig voelt, dan kun je echt in verbinding zijn. Dat is de kern van de polyvagaaltheorie van Stephen Porges (en vertaald naar de praktijk door Deb Dana). In die toestand van sociale verbondenheid werkt je zenuwstelsel rustig en open: je adem stroomt, je stem klinkt warm, je lichaam voelt ontspannen. Maar zodra je zenuwstelsel in stress schiet, raak je overprikkeld (onrustig, gespannen, angstig) of juist onderprikkeld (afgesloten, verdoofd).
Ik weet dat een gevoel van veiligheid niet vanzelfsprekend is. Jarenlang runde ik een taartenbakkerij en liep ik elke dag met buikpijn. Voor mij was dat gewoon hoe ik me voelde. Pas toen ik beter naar mijn lijf leerde luisteren, ontdekte ik dat het helemaal niet normaal was – het was stress, angst, mijn zenuwstelsel die steeds op scherp stond.
Als iemand lastig deed of het moeilijk had, wilde ik het contact liever vermijden. Van binnen zat ik vast in mijn buikpijngevoel maar aan de buitenkant deed ik vriendelijk en geduldig. Toch voelden mensen onbewust dat er iets niet klopte – want je kunt spanning nooit helemaal verbergen.
In mijn werk als therapeut is dit besef onmisbaar. Ik ben met mijn aandacht bij de cliënt, maar ook steeds bij mezelf. Als ik signalen merk dat het ‘sociale verbondenheid deel’ van mijn zenuwstelsel niet langer geactiveerd is – een hoge adem, buikpijn, harde stem, te hard werken, voorovergebogen zitten – dan weet ik: tijd om terug te keren naar verbinding. Ik adem diep uit, leun wat achterover, verzacht mijn stem. Zo activeer ik de verbonden, veilige toestand van mijn zenuwstelsel en kan ik er weer écht zijn voor de ander.
Hoe herken jij signalen van spanning in je lijf? En wat helpt jou om terug te keren naar rust en verbinding? Je bent van harte welkom om dit samen te onderzoeken in mijn praktijk. Het kan je veel opleveren!
